Vakblad Grensoverschrijdend Werken

Nieuwe spelregels voor het Belgische expatstatuut per 1 januari 2022

StijnSablon Geschreven door
21-01-2022

Auteurs: Stijn Sablon en Bart Van Laere, respectievelijk Tax Director en Tax Manager bij Mazars ALTOS BV, België (stijn.sablon@mazars.be en bart.vanlaere@mazars.be)

De Belgische belastingadministratie heeft vorig jaar, met het oog op het nemen van budgetbesparende maatregelen, aangekondigd dat het toenmalige bijzonder belastingregime voor buitenlandse kaderleden (ook “expatstatuut” genoemd), gebaseerd op een omzendbrief van 8 augustus 1983, een wettelijke basis zou krijgen. Daarnaast zou het systeem drastische wijzigingen ondergaan, zowel wat betreft de toepassingsvoorwaarden als de aanvraagprocedure.

Het initiële doel van het expatstatuut ingevolge de omzendbrief van 8 augustus 1983 (hierna “oude expatstatuut” genoemd) was om buitenlandse werknemers/kaderleden die een specifieke kennis of expertise hadden in België aan te trekken, om ze tewerk te stellen op de Belgische arbeidsmarkt. De voordelen van de toepassing van dit expatstatuut waren voornamelijk bestemd voor de werkgever, teneinde de totale werkgeverskost van dergelijke specifieke profielen te drukken en aantrekkelijk te maken voor een tewerkstelling op de Belgische arbeidsmarkt.

Vanaf 1 januari 2022 is er dus sprake van verankering in een wet, een aangepaste procedure en zijn verscherpte voorwaarden van toepassing.

Regelgeving tot en met 31 december 2021 (“oude” expatstatuut)

Werknemers die rechtstreeks vanuit het buitenland gerekruteerd werden of die vanuit een internationale organisatie uitgezonden werden naar België, werden – ingevolge de toepassing van het oude expatstatuut – bij wijze van fiscale fictie als Belgische niet-rijksinwoners beschouwd. Hierdoor werden ze in België enkel belast op hun Belgische broninkomsten (met inachtneming van de vrijstelling van de buitenlandse werkdagen, de zogenaamde “travel exclusion”) en werd hun buitenlands vermogen zoals roerende inkomsten niet aan belasting onderworpen in België.

Aangezien louter Belgische niet-rijksinwoners aanspraak konden maken op het oude expatstatuut, werden zij vaak geconfronteerd met het feit dat ze beschouwd werden als ‘fiscaal staatlozen’ aangezien zij in bepaalde gevallen niet langer werden beschouwd als fiscaal rijksinwoner van hun thuisland/land van oorsprong (nadat zij aangekomen waren in België). Een nefast gevolg hiervan is dat zij geen beroep konden doen de dubbelbelastingverdragen afgesloten tussen België en hun thuisland. Dit resulteerde in sommige gevallen tot dubbele belastingheffing of zelfs geen enkele belastingheffing.

Onder de toepassing van dit expatstatuut hadden buitenlandse kaderleden (hierna “expats”) recht op zogenaamde ‘tax-free allowances’ wat gezien kon worden als een belastingvrije terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever (gelieerd aan de tewerkstelling in België). Deze kosten werden geplafonneerd op € 11.250/€ 29.750 (berekend op basis van een door de Belgische belastingadministratie opgestelde Technische Nota) afhankelijk van de specifieke expertise van de expat en de werkgever in België en kon nog aangevuld worden met de terugbetaling van een aantal éénmalige kosten eigen aan de werkgever zoals bijvoorbeeld verhuiskosten, schoolkosten, ...).

Andere voorwaarden stelden dat de expat onder de oude regeling niet onderworpen mocht zijn geweest aan het regime van de personenbelasting (inkomstenbelasting voor fiscale inwoners) in België, dat de expat geen Belgische nationaliteit mocht bezitten en dat de expat te allen tijde de intentie moest hebben om terug te keren naar zijn thuisland na het beëindigen van de tewerkstelling in België (met andere woorden, de expat diende steeds voldoende banden te behouden met zijn thuisland/land van oorsprong).

Verder moest het aanvraagdossier inclusief alle vereiste documenten binnen de 6 maanden na het verstrijken van de eerste maand van tewerkstelling in België, ingediend worden bij de Belgische belastingadministratie. Hierbij viel op te merken dat de Belgische belastingadministratie op basis van voormelde omzendbrief geen strikte deadline voorgeschreven kreeg om deze aanvraagdossiers te behandelen en goed te keuren. Hierdoor was het in de praktijk mogelijk dat een expat al meer dan een jaar werkzaam was in België alvorens zijn/haar aanvraag werd behandeld en al dan niet werd goedgekeurd. Dit leidde in de praktijk vaak tot onnodige administratieve lasten om – na ontvangst van een positieve beslissing – bijvoorbeeld de Belgische loonadministratie te corrigeren rekeninghoudende met de voordelen van het expatstatuut.

Tenslotte stelden we vaak vast dat de afwezigheid van een wettelijke basis voor de toepassingsvoorwaarden en formaliteiten tot aanvraag van het bijzonder belastingregime voor buitenlandse kaderleden vaak voor onduidelijkheden zorgden, alsook niet altijd rechtszekerheid bood indien een aanvraagdossier werd afgewezen, waardoor geen beroep mogelijk was bij een rechtbank.

Gewijzigde spelregels vanaf 1 januari 2022

38 jaar nadat de omzendbrief van 8 augustus 1983 het bijzonder belastingregime voor buitenlandse kaderleden in België in het leven riep, werd de administratieve instructie aangepast en eindelijk verankerd in het Belgische Wetboek van Inkomstenbelasting.

Deze verankering in de fiscale wet ging gepaard met een aantal belangrijke en hier en daar ingrijpende aanpassingen aan het oude expatstatuut zoals dit al jaren gekend was. Tevens werden bepaalde budgettaire beperkingen, die vorig jaar door de Belgische regering werden uitgesproken, omgezet in de nieuwe wetgeving voor ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers. Bepaalde voorwaarden, zoals het feit dat de expat niet onderworpen mocht zijn geweest aan de personenbelasting in België vóór zijn tewerkstelling in België, en de voorwaarden rond het internationale karakter van de onderneming, bleven overeind.

Voor wie is het nieuwe expatstatuut van toepassing?

Gelijkaardig aan het oude expatstatuut, is het nieuwe stelsel van toepassing op zowel ingekomen belastingplichten als onderzoekers. Als “ingekomen belastingplichtigen” worden beschouwd alle werknemers/bedrijfsleiders die rechtstreeks in het buitenland zijn aangeworven door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een Belgische vennootschap of vereniging die deel uitmaakt van een multinationale groep. Deze voorwaarde geldt ook voor “ingekomen onderzoekers”, met dien verstande dat het niet vereist is dat de Belgische werkgever deel uitmaakt van een multinationale groep van ondernemingen.

Als “bedrijfsleiders” worden beschouwd, alle natuurlijke personen die een mandaat als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefenen in de vennootschap en belast zijn met het dagelijks bestuur (o.a. werkzaamheden van commerciële, financiële of technische aard) van de onderneming. Teneinde misbruik te vermijden, kunnen bedrijfsleiders die (mede)oprichter zijn van de betrokken vennootschap niet genieten van het nieuwe expatstatuut. Dit wil zeggen dat bedrijfsleiders worden uitgesloten van de toepassing van het nieuwe expatstatuut indien zij 30% of meer van de aandelen van de vennootschap bezitten. In de praktijk gaat het hier om een soort beperkende maatregel om te vermijden dat er op een kunstmatige wijze één of meerdere eigen vennootschappen opgericht worden om als bedrijfsleider van de voordelen van het nieuwe expatstatuut te kunnen genieten.

"Onderzoekers” komen slechts in aanmerking indien zij tewerkgesteld worden in een laboratorium of een onderneming die één of meerdere programma’s inzake onderzoek en ontwikkeling (R&D) voert en minstens 80% van hun werktijd spenderen aan activiteiten van wetenschappelijke, fundamentele, industriële of technische aard. Bovendien dienen deze onderzoekers in het bezit te zijn van een specifiek diploma die hun wetenschappelijke achtergrond staaft. Op basis van de wet is een Doctor- of Masterdiploma in de studiegebieden van de exacte of toegepaste wetenschappen, de burgerlijke ingenieurswetenschappen, de medische wetenschappen, de dierengeneeskunde, de farmaceutische wetenschappen, de architectuurwetenschappen of de landbouwwetenschappen vereist. Indien zij niet over één van deze diploma’s beschikken kunnen zij echter nog in aanmerking komen indien zij over minstens 10 jaar relevante beroepservaring beschikken.

Specifieke voorwaarden

Wij zullen even stil staan bij de belangrijkste voorwaarden op het niveau van de ingekomen belastingplichtige of onderzoeker en deze hierna verder bespreken.

Belastbaarheid als Belgisch rijksinwoner en referentieperiode van 60 maanden

Vooraleer de regelgeving omtrent het nieuwe expatstatuut in werking trad, was bepaald dat expats niet de Belgische nationaliteit mochten bezitten. Deze voorwaarde werd afgeschaft en vervangen door een nieuwe voorwaarde die bepaalt dat werknemers of bedrijfsleiders, in een tijdspanne van 60 maanden voor hun indiensttreding in België, niet beschouwd mogen worden als Belgische rijksinwoners.

Aangezien de fiscale fictie van niet-inwoner bij het nieuwe expatstatuut werd afgeschaft, worden expats niet langer automatisch beschouwd als niet-rijksinwoners waardoor de fictie van ‘staatlozen’ komt te vervallen. Bijgevolg worden zij, in de meeste gevallen, net zoals gewone Belgische rijksinwoners, belast op hun wereldwijd inkomen (met inachtneming van de dubbelbelastingverdragen teneinde dubbele belasting te vermijden). Daarnaast zullen bepaalde inkomsten niet langer onbelast zijn (daar waar dit vroeger wel voorkwam omdat het dubbelbelastingverdrag de heffingsbevoegdheid niet kon toewijzen aan een land).

De wet voorziet dat expats onder bepaalde voorwaarden alsnog als Belgische niet-inwoners kunnen beschouwd worden. In dat geval dienen expats, die op basis van hun feitelijke situatie kwalificeren als niet-rijksinwoners in België, telkens een attest van fiscaal inwonerschap in een andere staat (i.e. thuisland) te kunnen voorleggen in België. In de praktijk gaat het hier om expats die hun hoofdverblijfplaats buiten België behouden, maar op regelmatige basis in België werkzaamheden verrichten.

Naast de voormelde voorwaarde inzake het niet-inwonerschap in België gedurende een referentieperiode van 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, laat deze referentieperiode zich ook gelden als geografisch criterium voor de expat vooraleer hij naar België komt. Het is met name zo dat de expat, gedurende een periode van 60 maanden voor de indiensttreding in België, niet woonachtig mag zijn op minder dan 150 kilometer van de Belgische landsgrens. Dit heeft als concreet gevolg dat personen uit delen van Frankrijk, Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en geheel Luxemburg niet meer in aanmerking komen voor de toepassing van het expatstatuut onder de nieuwe regelgeving.

Deze localisatieregel zal ongetwijfeld voor discussie zorgen, gezien het discriminatoir karakter.

Voorbeeld: Stel dat een expat in Amsterdam woonachtig is en naar Antwerpen komt werken. In dit geval zal de expat geen aanspraak kunnen maken op de voordelen van het nieuwe expatstatuut, omdat de 150km-voorwaarde niet voldaan is. Indien de expat uit Groningen afkomstig zou zijn, is de voorwaarde wel voldaan en kan hij wel genieten van de belastingvoordelen (eens het expatstatuut wordt toegekend en alle andere voorwaarden voldaan zijn).

Bovendien zou men ook kunnen opwerpen dat de referentietermijn van 60 maanden als discriminatoir kan beschouwd worden.

Voorbeeld: Wanneer dezelfde expat gedurende zijn hele leven in Groningen woonde, maar omwille van een directe treinverbinding tussen Amsterdam en Antwerpen in de laatste maand voor zijn indiensttreding bij de Belgische werkgever tijdelijk verhuist naar Amsterdam in afwachting van een eventueel verblijf in België. Hierdoor kwalificeert deze expat niet meer voor het nieuwe expatstatuut omwille van zijn woonplaats die gelegen is in Amsterdam.

Hoge bezoldigingsgrens

Eén van de meest ingrijpende aanpassingen, heeft betrekking op de bezoldigingsgrens voor het al dan niet toepassen van het nieuwe expatregime. Een minimum (bruto) jaarbezoldiging van € 75.000 wordt vooropgesteld, waarbij vakantiegeld, eindejaarspremie, bonussen en voordelen alle aard zijn inbegrepen, doch waaruit ook enkele vergoedingen/uitkeringen worden uitgesloten (o.a. uitdiensttredingsvergoedingen, vervangingsinkomsten…). Dit is een verregaande aanpassing, te meer omdat expats onder de oude regelgeving slechts een minimum (bruto) jaarbezoldiging van ± € 45.000 (voor inkomstenjaar 2022) moesten verdienen.

Deze hogere bezoldigingsgrens zal er in de praktijk toe leiden dat veel expats, die onder de voorwaarden van het oude expatstatuut zouden kunnen kwalificeren voor het expatstatuut, onder het nieuwe stelsel niet langer in aanmerking komen omwille van deze hoge basisbezoldiging.

De bovenstaande grens van € 75.000 kan (in principe) om de 3 jaar worden aangepast aan de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en dit voor het eerst vanaf inkomstenjaar 2024.

Wanneer een expat zijn tewerkstelling niet aan het begin van het kalenderjaar start (of zijn tewerkstelling in België beëindigt voor het einde van het kalenderjaar), dan moet de minimumbezoldigingsgrens pro rata worden berekend naar verhouding tussen het totaal aantal gewerkte dagen in België en het aantal dagen in één kalenderjaar. Niet-gewerkte dagen worden dus buiten beschouwing gelaten. Deze werkwijze moet ook toegepast worden wanneer de expat zijn tewerkstelling niet langer kan uitoefenen (en hiervoor geen bezoldiging betaald krijgt, bijvoorbeeld bij langdurige ziekte).

Voor de (ingekomen) onderzoekers die onder bepaalde voorwaarden vallen (zie hoger), dient niet voldaan te zijn aan de voorwaarde van de minimumbezoldiging van € 75.000 zoals hierboven vermeld. Opmerkelijk hierbij is ook dat de vrijstelling van de bezoldigingsvoorwaarde voor ingekomen onderzoekers enkel van toepassing is voor werknemers en niet voor bedrijfsleiders.

30%-regel

Zoals reeds vermeld, kregen expats op basis van het oude expatstatuut een deel van de kosten eigen aan de werkgever, belastingvrij terugbetaald in de vorm van ‘tax-free allowances’ met een maximum van € 11.250/€ 29.750. Dit systeem werd vervangen door de zogenaamde ‘30%-regel’, geïnspireerd op het gelijkaardig bestaande Nederlandse stelsel van de 30%-regeling.

Dit systeem laat toe om tot 30% van de bruto bezoldiging als een belastingvrije vergoeding terug te betalen aan de expat om bepaalde kosten eigen aan de werkgever naar aanleiding van de tewerkstelling in België te dekken, met als maximum € 90.000 (eventueel pro rata in het geval van een onvolledige tewerkstelling in het desbetreffende jaar bij dezelfde werkgever).

Deze regels leiden ertoe dat wanneer een expat op jaarbasis meer zou verdienen dan € 300.000 er geen bijkomende belastingvrije vergoeding (kosten eigen aan de werkgever) meer kan terugbetaald worden en het extra loon of toegekende bonussen boven € 300.000 op jaarbasis volledig aan het marginale tarief van de Belgische inkomstenbelasting ten belope van 50% (te verhogen met aanvullende gemeentebelastingen) zal onderworpen worden.

Naast de belastingvrije terugbetaling van bepaalde recurrente uitgaven (gedekt via de 30% kostenvergoeding zoals hoger besproken), heeft de expat ook recht op volgende 3 aanvullende terugbetalingen van kosten eigen aan de werkgever (voor zover deze van toepassing zouden zijn):

  • Kosten die voortvloeien uit de verhuis van de betrokkene naar België. Het omvat enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de
  • reiskosten van de ingekomen belastingplichtige zelf, van zijn partner en kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, (ont)laden, vervoeren, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen belastingplichtige. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen belastingplichtige, zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België in aanmerking genomen);

  • Kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België (dit betreft enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België). De terugbetaling wordt beperkt tot € 1.500 (dit bedrag kan vanaf inkomstenjaar 2024 geïndexeerd worden);
  • Kosten inzake inschrijving in privé-scholen of internationale scholen voor kinderen zolang ze volgens de Belgische wetgeving schoolplichtig zijn (kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs).

Wat betreft de terugbetaling van deze niet-recurrente kosten eigen aan de tewerkstelling in België, wordt van de expat verwacht dat hij het bedrag en de echtheid van al deze gemaakte uitgaven kan aantonen aan de hand van bewijsstukken.

Op basis van de voorbereidende stukken bij de programmawet van 27 december 2021 waarin de regeling omtrent het nieuwe expatstatuut wordt beschreven, lijkt het alsof er in de arbeidsovereenkomst of bestuurdersovereenkomst een specifieke bepaling dient opgenomen te worden betreffende de bevestiging dat dit nieuw belastingregime (indien goedgekeurd) zal worden toegepast, alsook een detail van het pakket aan toegekende (belastingvrije) vergoedingen. Tot op heden is dit niet specifiek vermeld in de wet, maar mogelijks volgt er nog een verduidelijking via een administratieve omzendbrief.

Geldigheidsduur van het nieuwe statuut en aanvraagprocedure

Een nieuwe en eveneens ingrijpende voorwaarde, is deze van de maximale geldigheidsduur van het nieuwe expatstatuut. Het oude expatstatuut kon voor meer dan 10 jaar toegepast worden, mits de betrokken kon aantonen dat hij/zij voldoende banden had met zijn/haar thuisland en de intentie had om terug te keren. Een echte einddatum onder het oude expatstatuut was niet duidelijk bepaald, wat er in de praktijk vaak toe leidde dat in bepaalde gevallen expats meer dan 10 jaar de voordelen van de toepassing van het oude expatstatuut konden blijven genieten. Deze ‘oneindige’ geldigheidsduur wordt via de invoering van het nieuwe expatstatuut aan banden gelegd door het vooropstellen van maximum looptijd van 5 jaar. Deze looptijd van 5 jaar kan éénmalig verlengd worden met maximum 3 jaar waardoor de expat, onder de nieuwe regeling, maximum 8 jaar van de voordelen van het nieuwe expatstatuut kan genieten (op voorwaarde dat aan alle andere voorwaarden voldaan wordt). Dit verzoek tot éénmalige verlenging dient aangevraagd te worden binnen de 3 maanden na het verstrijken van de 5 jaar periode.

Daarnaast moet de werkgever elk jaar, aan de hand van een door de administratie bepaald overzicht, vóór 31 januari van het jaar volgend op het jaar waarvoor er voor expats de toepassing van het nieuwe expatstatuut wordt gevraagd, kunnen aantonen dat de expats nog steeds aan alle toepassingsvoorwaarden voldoen. Indien de voorwaarden niet langer voldaan zijn voor een expat, verliest deze het statuut onmiddellijk (zonder retroactieve aanpassing) en definitief voor de toekomst.

Het is evenwel mogelijk om in de toekomst en na een terugkeer naar het buitenland van minimum 60 maanden (op voorwaarde dat alle andere voorwaarden voldaan zijn) opnieuw een aanvraag voor het toepassen van het nieuwe expatstatuut in te dienen.

Tot slot moet een aanvraag voor het ontvangen van het nieuwe expatstatuut ingediend worden binnen een termijn van 3 maanden na de indiensttreding van de expat in België. Na een daaropvolgende periode van 3 maanden moet de Belgische belastingadministratie het dossier behandeld hebben.

In vergelijking met het “oude” expatstatuut is deze indieningstermijn aanzienlijk korter dan de 6 maanden termijn (die eventueel omwille van grondige redenen kon verlengd worden) die in het verleden werd toegepast en het zal een uitdaging vormen voor internationale bedrijven om tijdig alle informatie beschikbaar te stellen van hun belastingspecialisten om een aanvraag te kunnen indienen. Tot nu toe is er nog geen nieuws of deze 3-maanden termijn onder bepaalde voorwaarden nog verlengd zou kunnen worden, zoals dit voor het oude expatstatuut onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk was. Of deze korte termijn een haalbare kaart zal zijn voor zowel de internationale ondernemingen die een beroep wensen te doen op het nieuwe expatstatuut, alsook voor de behandeling van de dossiers door de bevoegde dienst van de Belgische belastingadministratie, zal de toekomst nog uitwijzen.

Overgangsregeling en keuzebepaling

Alle aanvragen die worden ingediend voor indiensttredingen in België vanaf 1 januari 2022, moeten voldoen aan voormelde nieuwe regels.

Echter zijn deze nieuwe regels ook van toepassing op expats die het expatstatuut reeds in het verleden toegekend kregen (op basis van de voorwaarden zoals voorzien in de omzendbrief van 8 augustus 1983).

Enerzijds is het zo dat expats, die reeds minder dan 5 jaar het oude expatstatuut genieten, onder het nieuwe expatstatuut kunnen vallen wanneer ze voldoen aan alle voormelde voorwaarden en dit voor een maximale termijn van 5 jaar te verlengen met maximaal 3 jaar waarvan de jaren waarvoor het oude expatstatuut reeds werd genoten in mindering wordt gebracht.

In de praktijk zal een expat die dus in het verleden reeds 5 jaar heeft genoten van het oude expatstatuut nog voor maximum 3 jaren kunnen genieten van het nieuwe expatstatuut op voorwaarde dat alle andere aanvraagvoorwaarden voldaan zijn.

Om de overgang van het oude naar het nieuwe expatstatuut aan te vragen, moet er een speciale elektronische aanvraag ingediend worden, vóór 31 juli 2022. Ter herinnering, deze expats kunnen ook maar maximum 8 jaar van het expatstatuut genieten waarvan de jaren, wanneer ze reeds van het oude expatstatuut genoten, afgetrokken dienen te worden. Dit aanvraagformulier zal spoedig door de administratie beschikbaar gesteld worden.

Anderzijds kunnen expats ervoor blijven opteren om tot 31 december 2023 onder het oude expatstatuut in België tewerkgesteld te blijven. Zij zullen, na 31 juli 2022, evenwel niet meer in de mogelijkheid zijn om over te schakelen naar het nieuwe expatsysteem aangezien zij geen aanvraag ingediend hebben vóór 31 juli 2022 (onder de overgangsregeling). Dit is ook het geval voor expats die al langer dan 5 jaar van het (oude) expatstatuut genieten of niet voldoen aan de nieuwe regels. Bijgevolg zullen zij vanaf 1 januari 2024 niet langer meer kunnen genieten van de voordelen van het expatstatuut. Het is dus zeer belangrijk om tijdig een analyse te maken van de huidige expatpopulatie in België en te beoordelen welke opties mogelijk zijn en welk stelsel het meest interessante is.

Hierna illustreren wij aan de hand van een vergelijkende berekening tussen het oude en het nieuwe expatstatuut de impact op de totale werkgeverskost, vertrekkende van eenzelfde netto-inkomen voor de expat.

 

Oude expatstatuut

Nieuwe expatstatuut

Geraamde werkgeverskost

120.721,08

111.564,24

Belgische RSZ (werkgever)(1)

-20.721,08

-21.117,28

Brutoinkomen

100.000,00

90.446,95

Tax free allowances

-11.250,00

-

Subtotaal

88.750,00

90.446,95

Belgische RSZ (werknemer)(2-3)

-11.541,29

-11.761,97

Subtotaal

77.208,71

78.684,98

Vrijstelling buitenlandse werkdagen (10%)

-7.720,87

-

30% regel

-

-27.134,09

Belastbaar inkomen

69.487,84

51.550,90

Belgische inkomstenbelasting(4)

-26.928,54

-17.154,81

30% regel

-

27.134,09

Vrijstelling buitenlandse werkdagen (10%)

7.720,87

-

Tax free allowances

11.250,00

0,00

Netto

61.530,17

61.530,17

Verder in het artikel geven wij kort enkele indicatieve berekeningen weer die een vergelijking maken tussen de voordelen van het oude en het nieuwe expatstatuut.

Belgische sociale zekerheid

Voor expats die onder toepassing van het Belgische sociale zekerheidsstelsel vallen, voorzag een specifieke regeling vanwege de Belgische sociale zekerheidsadministratie erin dat de voordelen van het oude expatstatuut vrijgesteld waren van Belgische sociale zekerheidsbijdragen (zowel werkgevers- als werknemersbijdragen).

Echter op basis van de informatie die op heden beschikbaar is en het feit dat er in de nieuwe wet geen sprake is van sociale zekerheidsgevolgen, is er nog geen nieuw standpunt van de RSZ waaruit blijkt of de kosten eigen aan de werkgever in het kader van het nieuwe expatstatuut (30% van het bruto jaarsalaris beperkt tot maximum € 90.000) (deels of volledig) zullen vrijgesteld worden van Belgische sociale zekerheidsbijdragen (werkgever en werknemer). Bijgevolg dient deze kostenvergoeding voorlopig – tot er een officieel standpunt van de Belgische sociale zekerheidsadministratie wordt gepubliceerd – onderworpen te worden aan werknemers- en werkgeversbijdragen.

Dit is zeker nog iets om de komende periode op te volgen aangezien dit nog een belangrijke impact zou kunnen hebben bij het bepalen van de voordelen van het nieuwe expatstatuut.

Conclusie

De inwerkingtreding van het nieuwe expatstatuut en de verankering in de fiscale wetgeving, brengt rechtszekerheid met zich mee wat alleen maar toe te juichen valt. Echter zijn er een aantal verregaande aanpassingen die voer voor discussie kunnen vormen in de komende maanden.

Het is zo dat de referentieperiode van 60 maanden als discriminatoir kan beschouwd worden, net zoals de beoordeling van de 150 kilometergrens vanaf de landsgrenzen van België. Dit geldt ook wat betreft aanzienlijke verhoging van de minimumbezoldiging. Veel expats zullen niet langer aanspraak kunnen maken op het nieuwe expatstatuut, waardoor België zijn positie mogelijks verzwakt kan zien op de internationale arbeidsmarkt.

Er zijn aldus nog heel wat punten die (hopelijk) spoedig verduidelijkt zullen worden.

Cijfermatig voorbeeld Nederland-België

Hierna geven wij een indicatief voorbeeld waarbij we 3 verschillende scenario’s onderscheiden. Wij gaan er voor alle scenario’s vanuit dat alle voorwaarden om van het (oude of nieuwe) expatstatuut te kunnen genieten, voldaan zijn:

  • Scenario 1: Nederlands rijksinwoner woonachtig in Groningen komt werken naar België, maar verblijft nog steeds in Nederland onder toepassing van het oude expatstatuut. We gaan ervanuit dat er een reispercentage is van 10%;
  • Scenario 2: Nederlands rijksinwoner woonachtig in Groningen wordt rechtstreeks aangeworven in België en vestigt zich ook in België onder toepassing van het oude expatstatuut. We gaan ervanuit dat er een reispercentage is van 10%;
  • Scenario 3: Nederlands rijksinwoner woonachtig in Groningen wordt rechtstreeks aangeworven in België en vestigt zich ook in België onder toepassing van het nieuwe expatstatuut.

 

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Geraamde werkgeverskost

122.908,58

120.721,08

123.347,70

Belgische RSZ (werkgever)(5)

-22.908,58

-20.721,08

-23.347,70

Brutoinkomen

100.000,00

100.000,00

100.000,00

Tax free allowances

-2.500,00

-11.250,00

-

Subtotaal

97.500,00

88.750,00

100.000,00

Belgische RSZ (werknemer)(6-7)

-12.684,92

-11.541,29

-13.004,27

Subtotaal

84.815,08

77.208,87

86.995,73

Vrijstelling buitenlandse werkdagen (10%)

-8.841,51

-7.720,87

-

30% regel

-

-

-30.000,00

Belastbaar inkomen

76.333,57

69.487,84

56.995,72

Belgische inkomstenbelasting(8)

-30.591,01

-26.928,54

-20.138,58

30% regel

-

-

30.000,00

Vrijstelling buitenlandse werkdagen (10%)

8.481,51

7.720,87

-

Tax free allowances

2.500,00

11.250,00

-

Netto

56.724,07

61.530,17

66.857,15

Samenvattende tabel

 

Oud expatstatuut(9)

Nieuw expatstatuut(10)

Toepassingsvoorwaarden werknemer/bedrijfsleider

-   Buitenlandse nationaliteit bezitten;

-   Rechtstreekse aanwerving in het buitenland;

-   Specifieke kennis hebben;

-   Tewerkstelling in België van tijdelijke aard;

-   Steeds voldoende banden onderhouden worden met het thuisland;

-   Niet onderworpen zijn geweest aan de personenbelasting in België.

-   Ingekomen belastingplichtigen mits bepaalde voorwaarden voldaan zijn (o.a. 60 maanden,... zie artikel voor meer details).

-   Ingekomen onderzoekers mits bepaalde voorwaarden voldaan zijn (o.a. 60 maanden, bepaalde diploma’s, 80% besteed aan wetenschappelijk onderzoek, ... zie artikel voor meer details).

Toepassingsvoorwaarden werkgever

De Belgische werkgever moet ofwel een onderneming zijn deel uitmakend van een internationale groep of een Belgische inrichting uitmaken van een buitenlandse vennootschap

Indien de expat rechtstreeks uit het buitenland werd aangeworven, moet de Belgische werkgever één van 3 onderstaande zijn:

-   Een Belgische onderneming OF

-   Een Belgische permanente inrichting van een internationale groep OF

-   Een non-profit organisatie

Daarnaast kan het ook zijn dat de expat uitgezonden worden door een buitenlands bedrijf, deel uitmakend van een internationale groep. In dat geval moet de Belgische werkgever één van 3 onderstaande zijn:

-   Een Belgische onderneming OF

-   Een Belgische permanente inrichting, deel uitmakend van die internationale groep OF

-   Een non-profit organisatie.

Fiscaal inwonerschap

Fictie van Belgisch niet-inwoner (enkel belast op Belgisch broninkomen en geen belasting op buitenlands broninkomen)

-   Belgisch niet-inwoner op voorwaarde van voorlegging woonplaatsattest

Belgisch inwoner. Belast op wereldwijd inkomen met eventuele vrijstelling wegens dubbele belasting (op basis van dubbelbelastingverdrag of interne belastingwetgeving). Vervullen van specifieke rapporteringsverplichtingen voor inwoners (o.a. buitenlandse bankrekeningen, begunstigde van buitenlandse levensverzekeringen of juridische constructies, ...)

Minimumsalaris

± € 45.000

€ 75.000 (al dan niet pro rata indien de start van de tewerkstelling afwijkt van de start van het kalenderjaar).

Duurtijd van het expatstatuut

‘Onbeperkt’ geldig in de tijd, in die zin dat de expat steeds voldoende linken moet behouden met zijn thuisland.

Beperkt tot 5 jaar (waarbij het mogelijk is om éénmalig te verlengen met 3 jaar).

Kosten eigen aan de werkgever

Maximaal € 11.250/29.750 om bepaalde recurrente kosten eigen aan de tewerkstelling in België te dekken. Daarnaast worden niet-recurrente kosten eigen aan de verhuis, schoolkosten, e.d. terugbetaald.

Maximum 30% van het bruto inkomen kan belastingvrij worden terugbetaald aan de expat (met een maximum van € 90.000). Daarnaast worden kosten eigen aan de verhuis, inrichting en schoolkosten (al dan niet beperkt) terugbetaald.

Buitenlandse reisdagen

Inkomsten behaald naar aanleiding van buitenlandse werkdagen (“travel exclusion”), worden vrijgesteld van Belgische inkomstenbelasting

Er wordt geen vrijstelling meer verleend voor inkomsten behaald naar aanleiding van buitenlandse werkdagen (tenzij op basis van het dubbelbelastingverdrag).

Indieningstermijn aanvraagdossier

Aanvraag moet ingediend worden binnen de 6 maanden volgend op de eerste maand na eerste werkdag in België.

Aanvraag moet ingediend worden binnen de 3 maanden volgend op de indiensttreding in België. Ingeval van verlenging van de 5-jarige periode, moet deze verlenging ten laatste ingediend worden 3 maanden na het verstrijken van voormelde periode.

Behandelingstermijn aanvraagdossier

De Belgische belastingadministratie is niet verplicht om binnen een bepaalde periode uitspraak te doen.

De Belgische belastingadministratie moet binnen de 3 maanden volgend op de indiening van de aanvraag, het dossier behandelen.

Aanvullende formaliteiten

De expat mag geen Belgisch rijksinwoner zijn, mag de Belgische nationaliteit niet bezitten en mag voorheen niet onderworpen zijn geweest aan personenbelasting in België.

Gedurende een periode van 60 maanden, voorafgaand aan de indiensttreding in België, mag de expat niet beschouwd worden als Belgisch rijksinwoner, niet onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België én gewoond hebben op minder dan 150 kilometer van de Belgische landsgrens.

Meldingsplicht

Elke fundamentele wijziging inzake de salarisstructuur, functie of persoonlijke toestand van de expat, naam van de werkgever of verandering van werkgever binnen de groep dient gemeld te worden.

Op 31 januari van elk kalenderjaar moet de werkgever een lijst van werknemers of bedrijfsleiders die tijdens het voorafgaande jaar dit stelsel hebben genoten, aan de belastingadministratie bezorgen.

Noten

1 Geraamde werkgeversbijdrage RSZ van 25%. Aangezien er op heden geen RSZ-standpunt is betreffende het al dan niet in mindering mogen brengen van de 30%-regel voor de berekening van de basis voor de RSZ-bijdragen is er voor de berekening van het nieuwe regime geen RSZ-vrijstelling toegepast.

2 Geraamde werknemersbijdrage RSZ van 13,07%. Aangezien er op heden geen RSZ-standpunt is betreffende het al dan niet in mindering mogen brengen van de 30%-regel voor de berekening van de basis voor de RSZ-bijdragen is er voor de berekening van het nieuwe regime geen RSZ-vrijstelling toegepast.

3 Geen toepassing van de bijkomende vermindering van de Belgische sociale zekerheidsbasis inzake de dagen gewerkt buiten België (in het voordelig belastingregime zoals voorschreven door de circulaire van 8 augustus 1983).

4 De berekening van de Belgische belasting is op basis van de belastingtarieven van inkomstenjaar 2022 en houdt rekening met de Bijzonder bijdrage sociale zekerheid en een gemeentebelasting van 7%.

5 Geraamde werkgeversbijdrage RSZ van 25%. Aangezien er op heden geen RSZ-standpunt is betreffende het al dan niet in mindering mogen brengen van de 30%-regel voor de berekening van de basis voor de RSZ-bijdragen is er voor de berekening van het nieuwe regime geen RSZ-vrijstelling toegepast.

6 Geraamde werknemersbijdrage RSZ van 13,07%. Aangezien er op heden geen RSZ-standpunt is betreffende het al dan niet in mindering mogen brengen van de 30%-regel voor de berekening van de basis voor de RSZ-bijdragen is er voor de berekening van het nieuwe regime geen RSZ-vrijstelling toegepast.

7 Geen toepassing van de bijkomende vermindering van de Belgische sociale zekerheidsbasis inzake de dagen gewerkt buiten België (in het voordelig belastingregime zoals voorschreven door de circulaire van 8 augustus 1983).

8 De berekening van de Belgische belasting is op basis van de belastingtarieven van inkomstenjaar 2022 en houdt rekening met de Bijzonder bijdrage sociale zekerheid en een gemeentebelasting van 7%.

9 Administratieve omzendbrief 8 augustus 1983.

10 Programmawet 27 december 2021, B.S. 31 december 2021.

Gepubliceerd in Vakblad 45, 2022

Dividend aandelenbelegging is niet dubbel belast

Carlo Douven Geschreven door
20-01-2022

A woont in Nederland en heeft in 2017 Belgische aandelen gekocht en verkocht. Hij heeft dividend ontvangen onder inhouding van 30% bronheffing. De aandelen behoren op 1 januari niet tot de grondslag van box 3 en zijn dan niet dubbel belast, zodat geen aftrek elders belast aan de orde is.

Bron: Rechtbank Gelderland, 20 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2021:6826

Gepubliceerd in Nieuws

Vanuit buitenland kan lijfrente omgezet worden in periodieke uitkering bij meer verzekeraars

Carlo Douven Geschreven door
13-01-2022

In het buitenland wonende bezitters van een lijfrente, kunnen onder voorwaarden lijfrentekapitaal fiscaal geruisloos omzetten in een periodieke uitkering. Dat kan nu ook bij een andere verzekeraar dan de verzekeraar waar de lijfrente is aangekocht.

Bron: Verbond van verzekeraars, 12 januari 2022

Gepubliceerd in Nieuws

Door emigratie partner is nog maar 50% hypotheekrente aftrekbaar

Carlo Douven Geschreven door
10-01-2022

A en B zijn gehuwd en bezitten samen een eigen woning met een hypothecaire schuld in Nederland. Medio 2015 is B geëmigreerd. A en B zijn dan geen fiscale partners meer. A kan na de emigratie nog maar de helft van eigen woningaftrek in aftrek brengen.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 29 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1311

Gepubliceerd in Nieuws

In België belast Nederlands pensioen beperkt uitbetaling algemene heffingskorting

Carlo Douven Geschreven door
05-01-2022

X woont in België, geniet in 2017 een pensioen uit Nederland en is kwalificerend buitenlands belastingplichtige. Op de uit te betalen algemene heffingskorting moet de atrek ter voorkoming van dubbele belasting inzake het pensioen in mindering worden gebracht.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6398

Gepubliceerd in Nieuws

Verschillende interpretaties van het overheidsartikel in belastingverdragen

Mischa Gerardu Geschreven door
04-01-2022

Auteur: Mischa Gerardu, fiscaal jurist; dit artikel is geschreven in het kader van haar rol bij Sofie (m.houben@la-taxe.nl)

De uitleg die de Nederlandse belastingdienst geeft aan het overheidsartikel in de belastingverdragen blijft belastingadviseurs en publiekrechtelijke werkgevers bezighouden. Het wordt ook steeds duidelijker dat verschillende verdragsstaten anders aankijken tegen de uitleg van dit artikel. Daarom zoomen we in dit artikel in op de uitleg die Nederland geeft aan het overheidsartikel en tot welke knelpunten dit in de praktijk kan leiden.

Gepubliceerd in Vakblad 44, 2022

Jubileumuitkering valt onder bestuurdersartikel in het belastingverdrag België-Nederland

Andy Cools Geschreven door
04-01-2022

Auteur: Dr. Andy Cools, werkzaam bij de belastingdienst. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Het hof van beroep van Antwerpen oordeelt dat een jubileumuitkering die een bestuurder krijgt omdat hij 25 jaar bestuurder was, valt onder het bestuurdersartikel en dus niet onder het restartikel (Hof van Beroep Antwerpen 19 januari 2021, 2021/N68).

Gepubliceerd in Vakblad 44, 2022

Nieuw belastingverdrag met Polen

Carlo Douven Geschreven door
04-01-2022

Auteur: Carlo Douven, werkzaam bij de Belastingdienst/kantoor Buitenland en free-lance docent. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Op 29 oktober 2020 is het wijzigingsprotocol van het belastingverdrag met Polen ondertekend.(1) Het wijzigingsprotocol moet nog zowel in Polen als in Nederland in het parlement officieel worden bekrachtigd (ratificatie) voor het in werking kan treden. Op 21 mei is het wijzigingsprotocol met een toelichting naar het Nederlandse parlement gestuurd. Dit heeft geleid tot vragen die inmiddels ook beantwoord zijn. In dit artikel zal ik de voor grensoverschrijdend werken belangrijke aanpassingen van het verdrag bespreken. Ik zal na een korte puntsgewijze algemene inleiding, waar ik de wijzigingen kort samenvat, vooral stilstaan bij de wijziging van het pensioenartikel en het artikel voor de voorkoming van dubbele belasting. Wanneer het verdrag in werking treedt is dus nog niet bekend.

Gepubliceerd in Vakblad 44, 2022

België wijzigt de expatregeling

Carlo Douven Geschreven door
04-01-2022

Met ingang van 1 januari 2022 gaat het Belgische expatregime wijzigen (met een overgangsregeling). De nieuwe regeling lijkt op de Nederlandse 30%-regeling. Verschillend is onder meer dat de regeling max. 8 jaar loopt en de max. vergoeding afgetopt is.

Bron: Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, 23 december 2021

Gepubliceerd in Nieuws

Verwar formulier opgaaf wereldinkomen en inkomensverklaring niet!

Carlo Douven Geschreven door
28-12-2021

Het formulier opgaaf wereldinkomen wordt in de praktijk verward met het formulier inkomensverklaring voor kwalificerend buitenlands belastingplichtige. De verwarring leidt tot administratieve fouten, vertragingen en correcties.

Bron: Belastingdienst - Forum Fiscaal Dienstverleners, 27 december 2021

Gepubliceerd in Nieuws

Nieuws