Ricardo te Kaat

Ricardo te Kaat

01-07-2021

Internationale aspecten van het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen

Auteurs: Ricardo te Kaat en Han Schut, respectievelijk fiscalist bij Stolwijk Kelderman accountants fiscalisten (r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl) en eigenaar van Stolwijk Kelderman accountants fiscalisten (h.schut@stolwijkkelderman.nl)

Op 29 maart 2021 verscheen een wetsvoorstel over de herziening van de Nederlandse fiscale kwalificatieregels voor bepaalde Nederlandse en buitenlandse rechtsvormen. Het voorstel bepaalt dat de open commanditaire vennootschap (CV) als fiscaal zelfstandige entiteit verdwijnt en dat de regels voor het fonds voor gemene rekening (FGR) wijzigen. Het was de bedoeling om de wijzigingen per 1 januari 2022 in werking te laten treden. Door de vele inhoudelijke reacties is echter recent besloten het voorstel niet op te nemen in het Pakket Belastingplan 2022 maar in de winter als afzonderlijk wetsvoorstel aan te bieden. Belastingplichtigen krijgen dus naar verwachting meer tijd om te anticiperen op de gevolgen van het voorstel. Een nieuwe ingangsdatum is op dit moment niet bekend. In deze bijdrage besteden wij aandacht aan een aantal aspecten van het wetsvoorstel.

05-03-2018

Belastingheffing privégebruik Duitse auto van de zaak

Auteur: drs. R.W.M. te Kaat, belastingadviseur bij Stolwijk Kelderman accountants fiscalisten te Doetinchem en Zevenaar (r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl)

In dit artikel ga ik in op de situatie waarin een inwoner van Nederland eigenaar is van een Duitse onderneming en een auto van die onderneming privé gebruikt. Tevens ga ik in op de situatie waarin een Duitse werkgever een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een in Nederland wonende werknemer. De fiscale aspecten die daarbij een rol spelen komen in deze bijdrage aan de orde.

22-09-2017

De 183-dagenregeling en het begrip ‘verblijven’

Auteur: drs. Ricardo te Kaat, belastingadviseur bij Stolwijk Kelderman accountants fiscalisten te Doetinchem en Zevenaar (r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl)

Vrijwel elk belastingverdrag bevat conform het OESO-Modelverdrag(¹) een artikel dat het heffingsrecht in geval van een internationaal loondienstverband toekent conform de zogeheten 183-dagenregeling. Als een inwoner van een land (woonland) in een ander land (werkland) in loondienst werkzaam is en de werkgever niet in het werkland gevestigd is of daar een vaste inrichting heeft, is het loon slechts in de werkstaat belastbaar als de werknemer meer dan 183 dagen in de werkstaat verblijft. De Hoge Raad sprak zich recent uit over het begrip ‘verblijven’. Daaraan besteed ik hierna aandacht. Ik zal eerst de casus schetsen. Vervolgens ga ik in op de gevolgen voor de positie van de grensarbeider. Hoewel de uitspraak een aantal andere fiscaal interessante zaken bevat, beperk ik mij hier tot de 183 dagenregeling.